Hij is van vele markten thuis en neemt zitting in talloze raden, besturen en organen. Henry Meijdam is onder meer voorzitter van de VROM-raad en praatte op Het Nationaal Bouwcongres over 'Innovatie in de bouw'. Een onderwerp zo breed als zijn eigen interesse. Meijdam noemt het een wonderlijk thema, want 'de bouw wordt gekenmerkt door conservatisme'.
Henry Meijdam vergelijkt de situatie in de bouw met die in de auto-industrie. Als een productietermijn met zes maanden wordt verlengd, neemt de kwaliteit door kostenreducties af. Maar een autofabrikant kan zijn wagens terughalen. Een gebouw staat. "Daarom hoort het kwaliteitsvraagstuk prominent op de bouwagenda", stelt Meijdam. Dat kan door innovatie, maar dat gebeurt in kleine stapjes. "Elk gebouw wordt maar één keer gemaakt, en dat met ontzettend veel deelnemers. Er is wel innovatie, maar vooral bij bijvoorbeeld toeleveranciers. Die werken bij een volgend project weer met een andere partner en zo wordt innovatie niet opgemerkt. De vele spelers in het veld maken het ondoorzichtig."
Leegstaande kantoorruimte is een doorn in het oog van hen die betaalbare woningen willen realiseren in bestaande ruimtes. Meijdam ziet het kantooroverschot echter niet als mogelijke oplossing voor starters of de lagere inkomens. "Die gebouwen lenen zich moeilijk voor bewoning. Het levert vaak vrij kleine appartementen op, terwijl mensen juist meer meters willen en het kost evengoed per appartement nog 270.000 euro. Daarmee zie ik starters nog niet over de drempel hollen."
Vernieuwing is wel degelijk het sleutelwoord. Maar dan niet alleen in kleine slimmigheidjes, zoals nu het geval is: een stekkertje hier of een gebouw in delen uit een fabriek laten komen. De totale sector moet innoveren. "Wat nodig is, is een grotere consumentgerichtheid. De overheid heeft de laatste tien, twintig jaar prominent bepaald 'wat goed is voor de mensen'. Het is een taai, stroperig proces om uit te leren gaan van wat de consument/gebruiker wil."
Een omslag in denken is wat er nodig is. Ook bij de overheid. Meijdam geeft als voorbeeld de Westelijke Tuinsteden. "Daar is sprake van een enorme verdichting. Er kwamen 15.000 woningen bij. In plaats van een huisje met een tuintje van 85 m2, gingen de bewoners naar een 105 m2, maar dan op zes hoog. Het parkje aan de overkant is fraai ingevuld door zo'n zelfde flat. Daar wil dus niemand meer wonen." In plaats van kwantitatief te denken, moet er een kwaliteitsimpuls worden gegeven aan de Nederlandse woonmarkt.
"Er is een mentaliteitsverandering nodig. Overheden moeten een kwaliteitsvraag stellen in plaats van uit dogma's te redeneren. Een simpel voorbeeld: Nederland is vol. Van alle grondoppervlak is 13% bebouwd. 84% is natuurgebied of landbouwgrond." De vraag is dus hoe te zorgen dat de bebouwing kwaliteit kan toevoegen aan de Ruimtelijke Ordening in Nederland. Kijk naar het landschap en kies voor bebouwing die daar iets kwalitatief aan toevoegt. Dát is de vereiste innovatieve impuls waar we op zitten te wachten.
"De bouw staat sinds de bouwfraude in de belangstelling. De Regieraad probeert het wantrouwen tussen de overheid en de bouw weg te nemen." Met vernieuwingsakkoorden, verantwoord maatschappelijk ondernemen zoals in debouwetalage.nl en via regionale regieraden die integriteit en aanbestedingsbeleid tot hun aandachtsgebied rekenen.
Ook onderwijs speelt een rol in de nieuwe manier. "Het traditionele onderwijs voldoet niet. Jongeren kiezen liever welzijn of zorg dan de bouw, dus het onderwijs moet komen uit de secundaire of tertiaire sector, op allerlei niveaus: Mbo, Hbo en WO." De bouwsector investeert in gekwalificeerd personeel en Meijdam noemt het "zorgelijk dat wij 't moeten doen." Meer keuzemogelijkheden bieden, is in onderwijsland vloeken in de kerk. "Maar wij zeggen nu: we willen graag zaken doen, maar er is een noodzaak tot verbetering. En anders gaan we zelf onderwijs geven."