DEBAT: Hoe staat de bouw ervoor?

Wie ziet door de bomen het bos nog? Wie is wie in de bouwwereld en komen de verschillende partijen en visies met elkaar overeen? Deze congresdag gingen met elkaar in debat:

Henk van der Horst (directeur PSIBouw)
Daan Sperling (lid Raad van Bestuur TBI Holdings BV)
René Mascini (directeur Woonpartners Midden Holland)
Laurens Elmendorp (directeur Volker Wessels Bouw & Vastgoedontwikkeling)
Eelco de Boer (lid Raad van Bestuur Alatus)



Hoe zien zij de toekomst van de bouw?
René Mascini is kritisch: "De bouw zit in de lift, maar nog te weinig. We komen moeilijk tot elkaar. Het is een trend geworden om documenten juridisch te 'pimpen', waardoor ze in toenemende mate gecompliceerd worden. We moeten meer vertrouwen hebben in elkaar." Daarnaast ziet Mascini te weinig van de dringend nodige innovatie. "We vernieuwen niet of nauwelijks. Dat is stilstand en stilstand is achteruitgang."
Nu de bouw opveert, worden bovendien tekorten zichtbaar. "Goede bouwers en technici zijn vaak de ouderen, die al lang meedraaien. Maar waar is de nieuwe aanwas? Dáár doen we niets aan."

Laurens Elmendorp schetst een nog wat donkerder scenario: "Het gaat helemaal niet goed met de bouw. Binnenskamers zeggen we het al lang tegen elkaar; dat onze kinderen toch zo moeilijk aan een woning komen." Mijn stelling is: de markt móet innoveren."

Daar kan Daan Sperling zich in vinden, maar "ik zie de sector heel rooskleurig. Er is een geweldige transformatie gaande: van een gesloten broederschap naar een open en concurrerende markt." Traditioneel was de bouwwereld te weinig consumentgericht.

Wat Henk van der Horst betreft is het glas halfvol. "Nooit eerder hebben in de bouw in zo'n hoog tempo veranderingen plaatsgevonden." Na het dieptepunt aan vertrouwen dat de bouwenquête tot gevolg had, ziet Van der Horst nu nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan tussen opdrachtgevers en –nemers, waar een groot wederzijds vertrouwen uit blijkt. En dat gaat sneller dan we zien.

"De bouw is een complex systeem, dat langzaam verandert. Je moet een overall view hebben om die veranderingen te zien. Als je naar een grassprietje gaat kijken, zie je dat ook niet groeien, maar als je na een week je grasveld bekijkt, zie je hoe hard het is gegaan."

Eelco de Boer sluit zich bij de laatste heren aan en constateert als gebruiker/klant: "De positie van de opdrachtgever verandert."

Is de bouwaffaire een zegen geweest?
"Het blijft een zwarte bladzijde in de sector, die uiteindelijk louterend heeft gewerkt", zegt Daan Sperling. "De goede bedrijven hielden de slechte in stand. Nu zijn er open verhoudingen en die zorgen ervoor dat het kaf van het koren gescheiden wordt."
De gevolgen zijn echter tot op de dag van vandaag merkbaar. "We juridiseren", constateert Mascini. "Dat leidt tot wollige teksten, waar ik als opdrachtgever veel mee te maken heb en die tijd en geld kosten."

Sperling: "De macht ligt momenteel bij juristen en accountants. Er worden maar 2 vragen gesteld: is het aantoonbaar en is het accountable. Op papier klopt het, maar buiten klopt er niks van! Je zit nu met een dik pak papier waar beide projectmanagers niet mee kunnen bewegen."

Winst
Wilco Kaijim verbaasde zich over het feit dat niemand over winstgevendheid praat. "Wat verdienen we nou?"
Henk van der Horst schat in: "De winstmarge is 1,5 tot 2 %. De faalkosten ongeveer 15%. Ik zeg: halveer de faalkosten en deel het percentage met de opdrachtgever."
Vanuit opdrachtgeverzijde weet Eelco de Boer dat er kansen liggen voor de bouwer. Als die deel gaat nemen in exploitatie, en we de traditionele rol bouwer/koper loslaten.

René Mascini juicht het toe als men selectie op prijs laat varen. "De bouwer kan in het voortraject adviseur zijn. Als we in een vroege fase kijken naar standaardbestekken, dan is daar veel mee te verdienen." Dat is niet vernieuwend, maar wel kostenbesparend.
Van der Horst wil vooral af van gaan voor de laagste prijs, als opdrachtgever."Dat is de verkeerde weg en dodelijk voor innovatie. Als je een eigen huis koopt, kijk je ook eerst naar kwaliteit en komt prijs ook op de tweede plek."

Advies
De rol van adviseurs werd tijdens het debat sterk bekritiseerd. Mascini: "Bijkomende kosten variëren van 18 tot 24 procent. Is dat normaal?"
Volgens Sperling worden veel opdrachtgevers in dat proces gedwongen en moeten zij zich niet laten regisseren door adviseurs. "Iedereen heeft daar een mening over en de angst dat iets ten koste van efficiency gaat, regeert. Maar kijk eens internationaal. Uit een recent rapport van de Europese Commissie blijkt dat Nederland voorop loopt qua efficiencygraad in de bouw."

Elmendorp wil de scherpe toon over adviseurs iets nuanceren. "Door het woud aan regelgeving is een lawyers/advisors paradise ontstaan. Het is een reflex van opdrachtgevers om zich door adviseurs te laten sturen op proces in plaats van inhoud."
Juist om die reden vindt Eelco de Boer - als zijnde opdrachtgever- een betrouwbare adviseur heel belangrijk. "Zeker in het licht van de bouwfraude. Gebruikers van de bouw met enig gebrek aan ervaring lopen een groot risico."

Wie is de klant? En hoe wordt die bediend?
Elmendorp: "Wij waren vakkenvullers. We moesten werken in een driedimensionaal grid dat door de publieke sector werd voorgeschreven. Binnen het volledig gereguleerde bouwplan mochten wij nog wat wroeten. Ontwerp en realisatie in één hand? Volkshuisvesters zijn geen opvoeders. We moeten kijken naar wat shareholders en stakeholders –de eindgebruikers of consumenten- willen."
Van der Horst vindt de eindgebruiker meer dan alleen een stakeholder.

"Bouwers bouwen bovendien voor een opdrachtgever en niet voor de eindgebruiker, want dat is niet interessant." Maar daar zullen ze van terugkomen, verwacht hij want "in de toekomst zullen woningen waarbij geen rekening is gehouden met de wensen van de eindgebruiker, onverkoopbaar blijken te zijn."